Berekening arbeidsongeschiktheidspercentage door UWV

Hoe wordt uw arbeidsongeschiktheidspercentage berekend door het UWV?

U hebt binnenkort een gesprek met de arbeidsdeskundige. Deze deskundige bekijkt welk werk u nog zou kunnen doen met de beperkingen die de verzekeringsarts heeft vastgelegd in een “functionele mogelijkhedenlijst” (FML) . Het gaat er om dat duidelijk wordt hoeveel inkomen u nog met werkzaamheden kunt verdienen.

Geschiktheid voor het eigen werk

Eerst beoordeelt de arbeidsdeskundige of u met uw beperkingen uw eigen werk, eventueel met aanpassingen, nog kunt doen. Meestal is dat niet het geval. De arbeidsdeskundige moet dan vaststellen of er ander werk is wat u zou kunnen doen. Hij maakt daarbij gebruik van het CBBS-systeem.

CBBS

Uit een computersysteem, het CBBS, selecteert de arbeidsdeskundige een aantal functies, die u nog wel zou kunnen uitoefenen. In dit systeem zijn beschrijvingen opgenomen van beroepen die in Nederland voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan beroepen als productiemedewerker, administratief medewerker, maar ook portier of inpakker van koekjes. Het gaat er niet om of er voor deze werkzaamheden ook daadwerkelijk vacatures zijn. Er wordt alleen gekeken of u - met uw beperkingen - in staat zou zijn om een dergelijke functie uit te oefenen.

In het CBBS-systeem is voor elke functie aangegeven:

  • wat men moet doen in die functie
  • hoe zwaar het werk is
  • welke opleiding ervoor nodig is?
  • welk loon ermee wordt verdiend?
  • hoeveel bestaande werkplekken (arbeidsplaatsen) er zijn van deze functie?

De arbeidsdeskundige kijkt naar al het werk wat gangbaar is. Dit is een ruim begrip, want er mag daarbij gekeken worden naar werk van eigen niveau, maar ook van een lager niveau.

De arbeidsdeskundige mag geen arbeid selecteren waarvoor een opleiding vereist is, die u niet heeft. Ook mag het werk niet van een hoger opleidingsniveau zijn. Werk waarvoor slechts een korte cursus nodig is, mag wel geselecteerd worden.

Vaststellen mate van arbeidsongeschiktheid

De arbeidsdeskundige moet minimaal 3 functies kunnen selecteren. (Als dat niet lukt bent u voor de WIA volledig arbeidsongeschikt). Van die 3 functies neemt hij vervolgens het loon van de middelste functie. Dit loon noemt men ook wel uw ‘restverdiencapaciteit'. Dit is dus in theorie het loon dat u nog kunt verdienen met inachtneming van uw beperkingen.

Vervolgens vergelijkt de arbeidsdeskundige dit loon met het loon dat u verdiende voordat u ziek werd (in vaktaal: uw ‘maatloon’). Het verschil tussen uw restverdiencapaciteit en uw maatloon is uw arbeidsongeschiktheidspercentage voor de WIA.

Voorbeeld: Frans verdiende als gasfitter 17 euro per uur. Na een ongeval zou hij volgens de arbeidsdeskundige nog werk kunnen doen als parkeerwachter, portier of sluiswachter. Als parkeerwachter kan hij 11 euro per uur verdienen, als portier 13 euro en als sluiswachter 15 euro. Aan de hand van het middelste loon van portier wordt de arbeidsongeschiktheid van Frans berekend.

Het verschil tussen zijn oude loon en het loon dat hij nog kan verdienen is 17 - 13 = 4 euro ofwel 23,5% van zijn oude loon. Daarmee komt Frans niet in de WIA, omdat het verschil minimaal 35% moet zijn.

Als U inmiddels werkt

Het kan zijn, dat u inmiddels aan het werk bent in een baan, die beter past bij uw beperkingen. In dat geval moet de arbeidsdeskundige ook kijken naar het verschil tussen uw oude loon (het maatloon) en het loon wat u met het huidige werk verdient.

Ook van dit verschil stelt de arbeidsdeskundige een percentage vast. In de wet is geregeld, dat het laagste verschilpercentage bepalend is voor het recht op WIA-uitkering.

Voorbeeld: We gaan uit van de gegevens in het vorige voorbeeld, waarbij is vastgesteld, dat Frans in theorie 13 euro per uur zou moeten kunnen verdienen. Dit noemen we de theoretische verdiencapaciteit.

Frans heeft tijdens zijn ziekteperiode ander werk gevonden als kaartverkoper. Dit past goed bij zijn beperkingen en hij verdient daarmee 10 euro per uur. We noemen dit de gerealiseerde verdiencapaciteit. Het verschil tussen zijn oude loon en het loon wat hij nu verdient is 17 - 10 = 7 euro ofwel 41% van zijn oude loon. Dit verschil is dus wel meer dan 35%. Toch komt Frans niet in de WIA, omdat het laagste percentage (berekend op basis van zijn theoretische verdiencapaciteit) van toepassing is namelijk 23,5%.

Tot slot

De voorgaande informatie is bedoeld om globaal inzicht te geven in de wijze waarop de mate van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld. Afwijkingen van en aanvullingen op de hoofdregel worden hier om die reden niet in genoemd. Er kunnen aan deze beknopte informatie dan ook geen rechten worden ontleend.

Advies nodig?

Bel 0162 - 434433

Laat ons u terugbellen

Wilt u meer weten?

Uw re-integratiecoach verteld u graag meer.